Reinbert de Leeuw
REINBERT DE LEEUW, PIANIST, CONDUCTOR AND COMPOSER

REINBERT DE LEEUW, PIANIST, CONDUCTOR AND COMPOSER


IN MEMORIAM


It is with great sadness that we announce the passing
of conductor, pianist and composer
Reinbert de Leeuw at the age of 81

 The music world has lost a great and inspiring musician

14 February 2020

Met Reinbert de Leeuw (1938 - 2020) heeft de muziekwereld een gigant verloren

In de wereld van de eigentijdse gecomponeerde muziek was Reinbert de Leeuw goedbeschouwd de enige Bekende Nederlander. Vrijdag overleed de dirigent en componist op 81-jarige leeftijd.


Erik Voermans            14 februari 2020

Zijn bekendheid dankte De Leeuw natuurlijk aan het televisieprogramma Toonmeesters, waarin documentairemaker en goede vriend Cherry Duyns hem liet vertellen over componisten die hij bewonderde. Componisten als Messiaen, Ligeti, Oestvolskaja, Kagel, Vivier, Górecki. En vertellen, dat kon De Leeuw. Interviewers wisten zijn begeesterde woordenstromen, monologen eigenlijk, slechts met grote moeite te onderbreken om een vraag te stellen, die na een licht verstoorde blik dan de aanzet vormde tot weer een nieuwe monoloog.

Wilfried de Jong, in 2014 De Leeuws interviewer in een aflevering van Zomergasten, kon erover meepraten. In De Wereld Draait Door, waar De Leeuw regelmatig te gast was, moest Matthijs van Nieuwkerk elke keer weer herhalen dat de zendtijd beperkt was. In datzelfde programma schreef De Leeuw televisiegeschiedenis, met een integrale uitvoering op prime time van John Cages stiltestuk 4’33”.

De Leeuws muzikale bevlogenheid en dus ook de manier waarop hij over muziek sprak, had manische trekjes. Hij kon niet anders: muziek was zijn alles. Als kind al, toen hij op zijn tiende het Concertgebouw bezocht, met het passe-partout van zijn ouders, beiden druk bezette psychiaters die geen tijd hadden voor concertbezoek. Terug thuis na een pianorecital componeerde de kleine Reinbert dan na wat hij had gehoord, of schreef hij een nieuw lemma in persoonlijke muziekencyclopedie. Maar van een muziekstudie wilden zijn ouders niks weten. Muziek was leuk als hobby, naast een serieuze baan. En dus ging De Leeuw Nederlands studeren.


Obsessie met muziek

Alles veranderde toen in 1953 zijn vader Kees in een psychiatrische kliniek overleed aan een hartverlamming tijdens een slaapkuur, en hij vier jaar later ook zijn moeder Dien verloor, aan kanker. Reinbert was toen achttien, wees, en in grote verwarring. Twee jaar later zette hij een beslissende stap: hij stopte met de studie Nederlands en wilde de muziek in. 

Via zijn pianojuf Loes Henrichs belandde hij bij de befaamde pedagoog Jaap Spaanderman aan het Muzieklyceum. Aan het Haagsch Conservatorium koos hij het hoofdvak Theorie en bij Kees van Baaren ging hij Compositie studeren. Hij zat in dezelfde klas als Louis Andriessen, Jan van Vlijmen, Peter Schat en Misha Mengelberg. Gezamenlijk zouden zij in de jaren zestig het Nederlandse muzieklandschap veranderen. In Den Haag, waar hij al snel docent werd, ontwikkelde hij een blijvende, obsessieve interesse in de harmoniek van de laat-romantiek, de periode 1880-1913, ‘waarin de kiemen werden gelegd van alles wat later zou gebeuren’.

Als jonge pianist viel De Leeuw op met bijzondere programma’s. Hij brak door met een recital in het Stedelijk Museum, met late werken van Liszt, van de toen nog onbekende Charles Ives en van Stockhausen, een van de voormannen van het modernisme. Belangrijk was ook zijn promotie van Erik Satie. Op het label Harlekijn verschenen de platen Early Piano Works Vol. 1 en 2 – met daarop onder meer de Gnossiennes en de Gymnopédies in ultratrage uitvoeringen – die honderdduizenden Nederlanders aanschaften, waaronder televisie- en documentairemakers. Er kon in die dagen geen beeld van een desolaat landschap of eenzame straat op tv verschijnen of er klonk muziek van Satie onder. Met Maarten Bon vormde De Leeuw een pianoduo, waarmee hij voor het eerst muziek van Olivier Messiaen speelde (Visions de l’Amen), een componist die hem zijn verdere leven lang zou blijven bezighouden.

Een nieuwe passie

In 1974 kreeg hij van Henk Guittart, leerling aan het inmiddels koninklijk geworden Haags conservatorium, de vraag of hij een ensemble van studenten wilde helpen met de instudering van Schönbergs Pierrot lunaire. De Leeuw vond in dirigeren een nieuwe passie en uit de studentenclub kwam het Schönberg Ensemble voort, dat zich zou ontwikkelen tot een groep met wereldfaam.

Hoewel hij autodidact was en er technisch gezien veel op zijn slag viel aan te merken, maakte De Leeuw carrière als dirigent, van vooral eigentijdse muziek – al gaf Piet Veenstra, de artistiek directeur van het Residentie Orkest, hem ook de gelegenheid zich te ontwikkelen in meer regulier repertoire.

De Leeuws dirigeerloopbaan culmineerde in een uitvoering van Messiaens mastodontische Saint François d’Assise met het Radio Filharmonisch Orkest, in de grandioze, betoverende projecten van Pierre Audi met muziek van Claude Vivier bij de toenmalige Nederlandse Opera en in verrassende, doorleefde, maar idiosyncratische uitvoeringen van Bachs Matthäus- en Johannes-Passion met Holland Baroque. 

Maar ook de lange reeksen van meer of minder belangrijke wereldpremières van Nederlandse componisten, met voorop Louis Andriessen en verder Klaas de Vries, Rob Zuidam en Jan van de Putte (de lijst is eindeloos) en van internationale zwaargewichten (Ligeti, Reich, Kurtág, Goebaidoelina, Oestvolskaja, Kagel) wekten diepe bewondering. Allen droegen ze De Leeuw als devote en uiterst serieuze interpreet op handen.

Zelf droogde hij als componist in de jaren zeventig op, naar eigen zeggen omdat hij teveel bewondering had voor andere componisten. Toch kwam hij in 2015 nog met zijn magnum opus: het imponerende orkest­werk Der nächtliche Wanderer, dat ook in het buitenland tot klinken kwam. Dan waren er nog de bestuursfuncties waarmee De Leeuw zich kon manifesteren als een machtsfactor van belang in het Nederlandse muziekleven. In 2018, op zijn tachtigste, werd hij voor dit alles meervoudig onderscheiden, met de Zilveren Medaille van de stad Amsterdam en de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs (150.000 euro) voor al zijn werk.

In grote dingen groot


Laat in zijn leven kwam er nog wel een smetje op zijn blazoen. Musicologe Thea Derks schreef over hem een biografie, waarin veel loftuitingen stonden, maar ook passages die hem onwelgevallig waren, over zijn privéleven, karakter, zijn jeugd, zijn relatieloze en aseksuele leven, zijn absolutistische neigingen en zijn onvermogen met kritiek om te gaan. 

Elk publicitair moment werd vervolgens aangegrepen om te verkondigen dat Derks broddelwerk had geleverd. In Het Parool zei hij zelfs dat hij wilde laten onderzoeken of het boek uit de handel genomen kon worden (wat hij later dan weer ontkende). Dat hij hiermee de aandacht voor de biografie alleen maar aanwakkerde, leek hem niet te interesseren. Maar, zo was hij nu eenmaal. Of, om Bordewijk te citeren, ‘zo was zijn aard, in grote dingen was hij groot, in kleine klein’.

Laatste concert

De Leeuw, al tijden fysiek zeer zwak, gaf zijn laatste concert op 13 januari in het Muziekgebouw, in een programma met werken van Schubert, Kurtág, Van de Putte en De Vries. Hij bespeelde toen een pianino, een klein instrument, omdat hij te zwak was om de toetsen van een grote Steinway nog te kunnen indrukken. De doodssymboliek van het theatrale concert zal niemand toen zijn ontgaan. 

Vrijdag is De Leeuw op 81-jarige leeftijd overleden. De muziekwereld verliest een gigant.